Terugblik

#

7 TAKE-AWAYS OVER ACTUEEL GRONDBELEID

Op 13 maart bespraken beste sprekers op het gebied van grondbeleid en grondexploitatie actuele ontwikkelingen en wijzigingen in wetgeving. Welke invloed hebben de huidige marktomstandigheden en de komst van de aanvullingswet Grondeigendom op de praktijk van grondbeleid? Wat kunnen gemeenten en marktpartijen verwachten en hoe kunnen ze samen optrekken? Hieronder 7 belangrijke conclusies die op de dag aan de orde kwamen.

1

Om verantwoord actief grondbeleid te kunnen voeren moet een gemeente minstens 200.000 inwoners hebben. Daarbeneden is er te weinig kennis om een dergelijke aanpak succesvol te maken. Kleinere gemeentes zouden samen een kenniscentrum op kunnen richten om dat gebrek aan kennis te ondervangen, de administratieve lasten die bij actief grondbeleid horen kunnen ze dan zelf oppakken.

2

Het kostenverhaal gaat flink op de schop de komende jaren. Grootste verandering is de introductie van het kostenverhaal zonder tijdsvak. Dit maakt het mogelijk om te kiezen voor een integrale of een organische gebiedsontwikkeling. Bij de laatste vorm is er onvoldoende zekerheid over het eindbeeld. Wie bereid is om toch in te stappen, hoeft niet meer te wachten tot er een ‘zeker’ eindbeeld is. Zo kan er sneller worden gewerkt en is er toch een rechtvaardige manier om de kosten te verhalen op betrokken partijen.

3

Ontwikkelaars willen graag een partner zijn voor de steden waar ze actief zijn, maar missen tegelijkertijd de verbinding met de gemeentes en corporaties. Dat maakt het lastig om voorbij de eigen ontwikkeling te kijken naar wat goed is voor de stad.

4

Je moet gebiedsontwikkeling zien als meervoudig investeringsproject. Je moet kijken welke problemen je oplost met een gebiedsontwikkeling en dat een plek geven in de besluitvorming. Dan kun je maatschappelijk rendement in combinatie met financieel rendement bekijken. Door de maatschappelijke impact mee te nemen in de uitgangspunten van een gebiedsontwikkeling kun je tot een locatiespecifieke aanpak komen terwijl de basis op stadsniveau gelijk blijft.

5

Er ontstaat een dip in bouwproductiviteit als de regels veranderen. Gasloos bouwen is zo’n regel. Marktpartijen doen er goed aan om proactief de verantwoordelijkheid te delen voor maatschappelijke en duurzame uitdagingen. Want als je het niet goed oppakt, komen er regels. En die regels worden opgelegd en dan heb je er maar aan te voldoen.

6

Investeerders focussen teveel op de grote steden, terwijl de rendementen in andere steden net zo groot zijn. Een reden kan zijn dat grotere steden, met name Amsterdam, investeren in het beschikbaar krijgen van locaties waar marktpartijen eenvoudig kunnen instappen.

7

De woningbouwproductie moet omhoog. Maar in de jaren zeventig waren we tweemaal zo productief als tegenwoordig. Hoe kan dat? Is het de overheid die de afgelopen jaren dankzij de crisis steeds zwaarder inzette op uitnodigingsplanologie en nu niet in staat is om sturing te geven? Of zijn het de ontwikkelaars die dankzij woningprijzen en bouwkosten moeilijker kunnen opereren? Hoe het ook zij: de woningbouwproductie is een keten, waarin overheid en ontwikkelaar slechts schakels zijn. Iedereen moet zijn steentje bijdragen. Goede samenwerking lijkt de sleutel te zijn.

AANMELDEN NIEUWSBRIEF

Altijd als eerste op de hoogte.
Fill out my online form.