Staatssecretaris Pascal Smet: “Samen de identiteit van de stad bepalen”

#

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is ambitieus en actief bezig met de identiteit van de stad. Zo is er een nieuwe visie voor stedenbouw en zijn er klimaatambities geformuleerd. Maar gaat dat wel samen? Hoe kijkt Pascal Smet, de nieuwe Brusselse Staatssecretaris en Minister Stedenbouw, hiernaar? SPRYG Real Estate Academy ging met hem in gesprek.

Identiteit van de stad
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft een nieuwe visie voor stedenbouw gericht op meer doen met minder ruimte. “Deze visie is flink gewijzigd. We hebben meer ambitie.

Het gaat altijd over de identiteit van de stad. Dat houdt in: de inwoners, de gebouwen en de interactie die er plaatsvindt. Die drie maken een publieke ruimte. We hebben in Brussel nieuwe gebouwen nodig die een smoel hebben. Denk daarbij dan niet alleen aan kantoren, maar ook aan hotels en woningen. Het moeten gebouwen zijn die intrigerend zijn, zodat mensen ervoor omrijden. We hebben in Brussel een mooi patrimonium, maar we hebben nu te weinig gebouwen die opvallen. Brussel is te veel een patchwork geworden.”

Koppeling Stedenbouw & Klimaat
Naast de nieuwe visie voor stedenbouw zijn er ook nieuwe klimaatambities geformuleerd. Gaan de klimaatambities én de nieuwe stedenbouwkundige visie wel gelijk op? Ook hier is de heer Smet stellig over: “Natuurlijk! Als we gebouwen afbreken moet dat kunnen. Bij (her)ontwikkeling moeten we altijd denken aan duurzaamheid en circulariteit. En natuurlijk komt er CO2 vrij, maar we hebben bouw van nieuwe gebouwen en afbraak van oude gebouwen nodig. Dat is nodig omdat er bij afbraak een nieuw gebouw voor terugkomt dat energie passief is. Ook moet het materiaal waarmee gebouwd wordt ecologisch en duurzaam zijn en moet het gebouw multifunctioneel zijn. Het kan nu een kantoor zijn, maar het gebouw moet over 40 jaar ook nog dienst kunnen doen. Bij gebouwen die 30 jaar geleden zijn neergezet zie je dat nu niet.”

Een spanningsveld tussen de stedenbouwkundige visie en de klimaatambities ziet Smet niet. “Het is prima mogelijk om energiepassief te bouwen. Er zijn goede technische oplossingen beschikbaar. Daarbij wordt door digitalisering en automatisering van het proces eerder vergunningen afgegeven. En dat is tijdwinst. Het geld dat daardoor vrijkomt, kan ingezet worden voor een beter gebouw. We moeten vanuit de overheid de wettelijke termijnen bij het afgeven van vergunningen naleven. Mede daarom hebben we nu 30 mensen extra.”

Hoogbouw
‘De komende tien jaar moeten we het verdichtingsvraagstuk met meer nuance benaderen om ook de gestelde klimaatdoelstellingen te behalen’ is een bekende uitspraak. Om te verdichten en tegelijkertijd terug open ruimte te creëren lijkt hoogbouw een mooie oplossing. Wat zijn uw opvattingen hierover? “Daar denk ik nog exact zo over.” begint Smet. “Torens mogen zeker nog, maar ze moeten wel een architecturale kwaliteit hebben. Dat betekent dat de torens moeten integreren in de wijk en de openbare ruimte. Ze moeten aansluiten op de omgeving. Daarnaast is het zo dat een toren een perspectief heeft, en dat moet goed zijn. Tenslotte moet het dak van iedere toren publiekelijk toegankelijk worden. Denk aan een speeltuin of bar op het dak. Natuurlijk is het zo dat Brussel niet vol met torens moet komen staan zoals New York, maar er mogen zeker torens zijn. Wel moeten ze zo min mogelijk monofunctioneel zijn. We willen meerdere functies ineen zoals wonen, hotel, kantoor. Zoals bijvoorbeeld nu ook in Brussels Noordwijk wordt gebouwd. Torens bouw je op doordachte manieren.”

De toekomst
Hoe ziet u de toekomst van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met in het achterhoofd de nieuwe stedenbouwvisie en klimaatambities? Kan er doorgebouwd worden? Moeten er andere dingen gedaan worden? “Doorbouwen zal moeten.” geeft Smet toe. “Al wordt er minder gebouwd dan gepland heeft Brussel een belangrijke Europese functie. Als stad willen we ook meer toeristen, maar weer niet te veel. Daar is de stad niet op gebouwd. We willen meer kwaliteit en meer ambitie uitstralen. Brussel kan meer, het is al een mooie stad, de meest internationale stad van Europa. Nu zijn we te zien als patchwork. Dat heeft ook zeker zijn charme, maar het kan beter. We moeten dus verbeteren met iets wat de moeite waard is. En dan moet je niet vergeten dat er al veel gebeurt. Denk bijvoorbeeld aan Tour & Taxis dat volgend jaar wordt opgeleverd. Dit is een soort leefstraat in wording met horeca en andere functies. Daar zie je de ambities in terug en dat willen we ook.”

Nood aan publieke ruimte
In Vlaanderen willen ze met de Betonshift de aansnijding van open ruimte beperken. Welke optimalisaties ziet u voor het Brussels Gewest? “Het Brussels Gewest is een stad. Dat is dus niet vergelijkbaar met Vlaanderen.” stelt Smet. Hij vervolgt: “We hebben nood aan publieke ruimte. Maar overdrijf niet: we zijn de groenste stad van Europa. We weten ook dat we nog meer groene ruimte kunnen creëren. Daarbij willen we de plek van de auto teruggeven aan de mensen. We willen de ruimte voor auto’s op een verstandige manier veranderen. Een voorbeeld daarvan is het Fernand Cocqplein. We hebben daar extra open ruimte gemaakt. Verdichting in de stad kan zeker ook, mits er publiek groen op wandelafstand te vinden is. Zo zorgen we dat er bij nieuwe delen van de stad er altijd zowel publieke als groene ruimten beschikbaar zijn.”

Brussels Real Estate 2020 op 30 januari
U spreekt op 30 januari tijdens het event Brussels Real Estate 2020. Wat wilt u de deelnemers meegeven? Smet: “Ik wil vooral zeggen ‘we zijn partners’. Laten we samen de identiteit van de stad bepalen. Natuurlijk heeft real estate een financieel belang, maar ook een maatschappelijk belang. We werken samen aan de identiteit van de stad. Laat ons het dossier samen aanpakken zodat de stad aantrekkelijk en intrigerend is.” Bekijk hier het programma.

Geschreven door Helma van den Berg, SPRYG Real Estate Academy