Met simpelweg ergens water en groen toevoegen, mis je kansen

De verplichte Stresstest Ruimtelijke Adaptatie heeft veel gemeenten met de neus op de feiten gedrukt. Er moet anders aan de stad worden ontworpen om hittestress, extreme neerslag en droogte het hoofd te bieden. Sanda Lenzholzer, Associate Professor Landscape architecture and urban design aan de Wageningen University, ziet dat gemeenten druk bezig zijn hun kennisachterstand in te halen. Ze voorspelt een revolutie in het denken over stedelijke ontwikkeling.

#

Het boek ‘Het weer in de stad’ dat Lenzholzer in 2013 schreef, was destijds een eye-opener voor veel ontwerpers en bestuurders. Inmiddels kan de publicatie zich verheugen op hernieuwde aandacht. “Lange tijd was stadsklimaat geen thema in Nederland. Ik had tijdens mijn promotieonderzoek over stadsklimaat in Nederland gemerkt dat er weinig aandacht werd besteed aan de invloed van de inrichting op de omgeving. Zo ontstond het idee voor het boek.” In haar onderzoek kreeg zij een goed beeld van wetenschappelijke publicaties en onderzoeken over dat thema en kwam tot de conclusie dat ontwerpen aan een goed stadsklimaat geen rocket science is. “Wat ontbrak was iemand die het eenvoudig kon uitleggen en kon koppelen aan de ontwerppraktijk.”

Ze haast zich om eraan toe te voegen dat een goed stadsklimaat meer is dan het toevoegen van groen en waterpartijen. “In Duitsland wordt bij stadsplanning expliciet rekening gehouden met klimatologische omstandigheden. Stuttgart verricht al tachtig jaar onderzoek en metingen aan het klimaat van de stad. Ze verwerkt dat in haar stadsplanning. Bijvoorbeeld door het creëren van windcorridors. Hierdoor zorg je ervoor dat verkoelende wind diep doordringt in de stad en dat luchtvervuiling wordt ‘verwaaid’. Die corridors zijn het resultaat van lange termijn planning en wetgeving. Duitsland heeft een bindende omgevingsvisie. Staat ergens een windcorridor ingetekend, dan wordt er tot en met het bestemmingsplan rekening mee gehouden.”

Lenzholzer pleit voor het integraal oppakken van klimaatgerelateerde ontwerpbeslissingen. “Klimaatadaptatie is maar één thema, net als mobiliteit en energietransitie. Als je het goed aanpakt, kunnen stadsklimaat en Energietransitie elkaar versterken. Immers: warmte en wind zijn beide energiestromen die tegen je kunnen werken, maar die ook ingezet kunnen worden. Warmte kun je opvangen en gebruiken zodra dat nodig is. Dat geldt ook voor koude. Hierdoor kun je uiteindelijk op stadniveau enorme besparingen realiseren.”

Lenzholzer pleit dan ook voor grondig ontwerpend onderzoek. Dus geen simpele oplossingen zoals het vergroenen van daken, maar het verkennen van verschillende ontwerpopties waarin meerdere variabelen worden meegenomen. “Dan zie je dat een ontwerp veel meer kan opleveren dan alleen een mooi plaatje. Het wordt een technische oplossing die meer doet voor de stad.”

Met de huidige woningbouwopgave ziet Lenzholzer dat er volop kansen zijn voor het verbeteren van het stadsklimaat. Het grootste probleem is het rekenen aan diverse ontwerpscenario’s. Voor veel partijen is dit een groot struikelblok bij de implementatie van maatregelen. “Er is simulatiesoftware die heel nauwkeurig kan voorspellen wat de effecten zijn van bepaalde ingrepen. Door hiermee verschillende scenario’s door te rekenen, kun je beredeneerde ingrepen doen die een gewenst effect hebben. Het grootste probleem is dat er in Nederland nog nauwelijks met deze software wordt gewerkt. De reden daarvoor is onder andere dat de software tot voor kort erg gebruiksonvriendelijk was. Op de universiteit zien we de eerste programma’s verschijnen die specifiek zijn gemaakt voor ontwerpers en planners. Deze zullen binnen afzienbare tijd op de markt verschijnen. Dat kan een revolutie teweeg brengen.“

De laatste tijd heeft Lenzholzer het druk. Veel gemeenten die de stresstest hebben gedaan komen bij haar voor hulp. “Ik kan ze niet allemaal helpen. Ik help ze vooral om het proces op te starten zodat ze zelf aan de slag kunnen met stadsklimaat. Ik denk dat ‘Climate Responsive Urban Design’, zoals ik het zelf noem, binnen een paar jaar gemeengoed is bij het denken over stedelijke ontwikkelingen.“

Sanda Lenzholzer spreekt op 25 juni tijdens de studiemiddag Klimaatadaptatie & Steden 2019 over de invloed die wind, temperatuur en luchtvochtigheid hebben op een stad. Wat levert dat op en hoe kunt u daarop inspelen? Met o.a. praktische handreikingen hoe energieopwekking en een klimaatbestendige ontwikkeling elkaar kunnen versterken. Het volledige programma vindt u hier. Met onder andere Urban Land Institute directeur Lisette van Doorn, chief resilience officer gemeente Den Haag Anne-Marie Hitipeuw-Gribnau en de winnaar van de prestigieuze ABN AMRO Duurzame 50 award Onno Dwars.