“Campusontwikkeling gaat over zaken die niet eenvoudig te kopiëren zijn”

Als buitenstaander is het lastig om precies te plaatsen welke condities ervoor hebben gezorgd dat de regio Eindhoven zich de afgelopen jaren internationaal in de kijker heeft gespeeld qua economische ontwikkeling en innoverend vermogen. Na de successen van de High Tech Campus en recenter de Brainport Industries Campus, wordt met de Internationale Knooppunt XL de stap gezet naar een volwaardig innovatiedistrict dat zijn gelijke in Europa niet kent. Wat kunnen buitenstaanders die bezig zijn met campussen en innovatie-ecosystemen hiervan leren? Bert-Jan Woertman, tot voor kort managing director bij Brainport Industries Campus en daarvoor in verschillende directiefuncties werkzaam bij de TU Eindhoven Campus en de High Tech Campus, deelt zijn ervaring over open innovatie, de kracht van vertrouwen en de noodzaak van boegbeelden.

#

Over innovatie zijn boekenkasten vol geschreven. Elke zichzelf respecterende gemeente ziet graag een campus op haar grondgebied met een bloeiend ecosysteem van bedrijven die elkaar versterken. Met die wens op zak vertrekken dagelijks delegaties vanuit de hele wereld naar Silicon Valley, maar ook Eindhoven kan zich op steeds meer belangstelling verheugen. Dagelijks komen delegaties langs en raken geïnspireerd door wat ze zien. Vervolgens stellen ze een programma op, zetten gebouwen neer en gaat de ambitie het als een nachtkaars uit. Ze zien niet dat er meer voor nodig is.

Maar wat is dat geheime ingrediënt voor een succesvolle campus? Als gastheer van talloze delegaties heeft Woertman daar zijn gedachten over. “Een campus bestaat naast gebouwen vooral uit mensen. Die moeten elkaar kunnen ontmoeten. En dat kan je niet eenvoudig in banen leiden. De meest interessante ontmoetingen ontstaan bij toeval. Dat toeval, dat moet je organiseren. En dat vraagt om inzet. Het probleem is dat de moeite en tijd die je daar insteekt, bijna niet te kwantificeren is.”

Van Cricket tot Drinks & Demos
Dit inzicht deed Woertman op tijdens zijn werkzaamheden op The Strip van de High Tech Campus. Het idee was dat werknemers vaker hun bedrijfspanden zouden verlaten om elkaar te ontmoeten op een centrale plek. “Het eerste wat we deden, was de strip laden met goede formules. Je moet de mensen een alternatief bieden voor hun bedrijfskantine. Dat betekent goed eten en drinken, uitestekende faciliteiten en een plek waar ze terechtkunnen met zakenrelaties. Daarna begonnen we met het organiseren van events. Veel events. Iedereen die iets wilde organiseren, werd door ons omarmd, van een event over Kunstmatige Intelligentie tot een crickettoernooi. We maakten het zo laagdrempelig mogelijk. Sommige events waren one-offs, sommige keren met regelmaat terug. Het crickettoernooi resulteerde in een eigen cricketclub, compleet met eigen veld op het campusterrein. En Drinks & Demos, een event waar de startup-scene van Eindhoven zich presenteert en elkaar informeel kan ontmoeten, wordt nog steeds elke eerste woensdag van de maand georganiseerd.”

“De evenementen hebben veel gedaan voor het verspreiden van het verhaal van de High Tech Campus. Elk event behandelden we als onderdeel van het merk. Belangrijk was dat mensen van elkaar kon zien waar ze mee bezig waren. Dit was het begin van het ecosysteem. Nu staat dat ecosysteem zo stevig dat het niet zomaar meer kan omvallen, maar je moet erin blijven investeren. De veranderingen gaan snel en je wilt de aansluiting niet verliezen.”

Vertrouwen als geheim ingrediënt
In Eindhoven lijkt het samenwerken verheven tot een kunst. De oorsprong hiervan ligt in de jaren negentig. Na de massaontslagen bij DAF, Philips en hun toeleveranciers, besloten 21 gemeenten in de regio tot samenwerking. Gemeentes, bedrijven en kennisinstellingen zetten een succesvol programma op dat de basis vormde voor het innovatie-ecosysteem Brainport Eindhoven. Deze zogenoemde ‘Triple Helix’-samenwerking staat tot op de dag van vandaag aan de basis van veel ontwikkelingen. “Samenwerking en vertrouwen staan in Eindhoven aan de basis van alles” stelt Woertman. “Met elkaar voor elkaar zijn hier geen loze woorden. De top van Gemeente, markt en onderwijs heeft elkaars telefoonnummer en staan voor elkaar klaar.” Brainport is in dat geheel een mooi overkoepelend verhaal. Onder deze paraplu ontmoet iedereen elkaar en zo komen we telkens een stap verder. Het onderlinge vertrouwen zorgt ervoor dat deze regio snel kan schakelen.”

De Brainport Industries Campus, die onlangs geopend werd door Koning Willem Alexander, is een mooi voorbeeld van zo’n ambitieuze snelle ontwikkeling. Van eerste idee naar realisatie kostte krap drie jaar. Het eerste deel van de ontwikkeling bevat zo’n 100.000m2 bedrijfsruimte. Naast hightech bedrijven biedt de locatie ook onderdak aan 1.500 studenten van het Summa College. “Wat bijzonder is, is dat BIC is ontstaan vanuit het netwerk van Brainport. Er waren bedrijven die de samenwerking opzochten omdat ze beseften dat dat nodig was om te kunnen concurreren. De BIC is nu een scharnierpunt in de regio: als je daar een middag rondloopt, ben je verbonden met belangrijke spelers in het netwerk van hightech mkb en maakindustrie. Het gebouw faciliteert ook het ontmoeten. Veel glas, een open entree en veel looplijnen door en langs de publieke gebieden en horeca.

“Bij BIC, HTC en de TU/e Campus merk je de kracht van concentratie: de hoeveelheid slimme mensen verzameld op één plek maakt het interessant om naartoe te gaan. Deze verbindende dynamiek heb je nodig in de hedendaagse internationale kenniseconomie”, merkt Woertman op. Als voorbeeld komt hij met een voorbeeld van zijn nieuwe favoriete plek in Eindhoven: de Innovation Space van de TU Eindhoven, waar we dit interview houden. “Vorige week was hier een groep van 14 investeerders. Die komen naar de universiteit voor de concentratie van studententeams en startups. In de Innovation Space kregen ze in korte tijd inzicht in alles wat er speelt op de TU/e Campus.”
#

Opening Innovation Space
Fotograaf: Bart van Overbeeke

Gemeente: richt je op de gebruiker!
Het gesprek gaat verrassend weinig over vastgoed. Maar over de rol van gemeentes bij het ontwikkelen van campussen is Woertman stellig. “Gemeentes moeten zich realiseren dat de vastgoedpartijen die aan de slag willen met campusontwikkeling niet hun klanten zijn. De partijen die zich hier willen vestigen, zijn de klanten waar de gemeente zich op moet richten. Die gaan langdurig bijdragen aan de economie, terwijl de opbrengst van een ontwikkeling eenmalig is. Voor gemeentes is het dus zaak om in gesprek te gaan met bewoners en alle partijen uit de triple helix samenwerking: wat zijn hun wensen, hoe past een ontwikkeling in hun agenda’s, hoe versterken we elkaar?”

Waardeketens
Zodra we het hebben over innovatie schakelt Woertman over op een hogere versnelling. “plat gezegd”, stelt hij, “gaat innovatie over Bedenken, Maken, Knaken. Ik heb het liever over open innovatie. Tegenwoordig delen bedrijven en instellingen de faciliteiten, kennis en netwerk om beter, sneller en goedkoper te kunnen innoveren. Ze beseffen dat ze dit niet alleen kunnen. Kenniswerkers zijn mobiel en zijn over de hele wereld actief. Zij houden hun kennis niet voor zich maar delen die overal waar ze gaan. Dat heeft tot gevolg dat niemand meer het monopolie heeft op goede ideeën. Het wordt zaak aansluiting te vinden bij een innovatieketen. Je concurreert niet meer als bedrijf, maar als onderdeel van een waardeketen. De manier waarop jij verbonden bent met de waardeketens om je heen, dat maakt het verschil tegenwoordig.”

Dat laatste vindt Woertman hoopvol voor de uitdagingen van de toekomst. “De huidige generatie vindt het belangrijk om te innoveren met impact. Studententeams zitten helemaal op deze lijn. Als er een wedstrijd is zoals de world solar challenge of de SenSus competitie, is er keiharde competitie. Maar zodra de wedstrijd voorbij is, wordt alle kennis gedeeld. Op deze manier gaat de vooruitgang razendsnel.”

Met al deze juichverhalen zou je bijna vergeten dat slechts drie procent van alle patenten wordt gecommercialiseerd. Innovatie kost bakken met geld. Kan het niet anders? Woertman reageert stellig: “Je moét wel innoveren, want anders kom je terecht in een vicieuze cirkel van optimaliseren, kostenreductie en massaproductie. Naast dat we in Europa geen lage lonen of grondstoffen hebben willen we niet concurreren ten koste van onze natuur. Zelfs als je jezelf staande weet te houden in deze ‘race to the bottom’ krijg je te maken met extreem lage marges. Belangrijk is dus om te blijven innoveren. Alleen dan kan je hoge toegevoegde waarde bieden en kun je geld vragen voor je producten.”

Social Fabric verslaat alles
Maar hoe schep je de randvoorwaarden voor innovatie? De campussen van Apple en Google zijn schoolvoorbeelden van dit soort omgevingen. De verleiding om voorbeelden uit andere delen van de wereld te kopiëren is groot, ziet Woertman. Maar zo werkt het niet. “Je hebt een eigen visie nodig, en een boegbeeld die zich daar jaar in jaar uit hard voor maakt. Kijk naar het verleden en probeer te voorspellen wat de toekomst brengt, maar ga dan zo snel mogelijk over tot realisatie: Wat je hier en nu kunt bouwen, dan gaat het verschil maken. Je moet zo snel mogelijk beginnen met samen een cultuur realiseren. Het ‘social fabric’ verslaat alles.” Het zijn uiteindelijk de mensen die het verschil maken.