Impressie editie 2016

Zorgvastgoed België 2016

Terugblik donderdag 16 juni 2016

Vergrijzing in Vlaanderen: nood aan alternatieve aanpak

Tekst: Kevin Moens | Architectura.be

Het was verzamelen geblazen op donderdag 16 juni in ALM in Antwerpen voor de jaarlijkse hoogmis van het zorgvastgoed. SPRYG real estate academy schotelde voor de vierde editie van ZorgVastgoed België een programma voor met een variëteit aan boeiende sprekers uit de sector. Goed honderd aanwezigen kregen vanuit verschillende marktsegmenten te horen hoe toekomst van de sector uitgestippeld kan, of beter, moet worden.

Stefaan Gielens, ceo van Aedifica, fungeerde net zoals de voorgaande editie als moderator van dienst. Vergrijzing en het bijhorende zorgvastgoed bleken in aanloop naar het congres alom tegenwoordig in de pers. Zo las Gielens onder meer dat de vergrijzing in Vlaanderen sneller toeneemt dan in Wallonië. Toch gaat het volgens hem niet over het ‘grijze goud’ zoals je vaak hoort. Kortom, een maatschappelijke thematiek die je met de nodige nuance dient te benaderen. Een taak die de sprekers ter harte namen.

Nood aan andere woonvormen
Jo Vandeurzen, minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, beet de spits af van ZorgVastgoed 2016 met de stelling dat we binnen de zorgsector dringend out of the box moeten gaan denken. De levensverwachting van de Vlaming stijgt waardoor 80+ heel gewoon wordt. Zelfs het aantal 100-jarigen zal toenemen. De toekomstige ouderen hebben daarom nood aan andere woonvormen. “We moeten luisteren naar de stem van de ouderen”, aldus Vandeurzen. Idealiter ziet de minister in de toekomst in iedere gemeente één dagverzorgingscentrum. Woonzorgcentra moeten op hun beurt transformeren tot toegankelijke knooppunten voor intensievere zorg in de wijk. “Zorg moet breed gedragen worden door de gemeenschap en gestoeld zijn op sociale participatie en interactie.”

Tot slot deed minister Vandeurzen ook nog de bouwstenen van zijn toekomstig ouderenzorgbeleid in Vlaanderen uit de doeken, waaronder nieuwe en aangepaste persoonsgerichte financiering en versterking van de eerstelijnszorg. Elementen die uitgebreider aan bod zullen komen tijdens de Conferentie Eerstelijnszorg in februari 2017.

Diversifiëren is een must
Peter Degadt, gedelegeerd bestuurder van Zorgnet-Icuro, beklom vervolgens het spreekgestoelte om de trends en uitdagingen van de Vlaamse Ouderenzorg te schetsen aan het aanwezige publiek. Net zoals minister Vandeurzen stelde hij dat de sector enerzijds te maken zal krijgen met een toenemende vraag naar langdurige zorg en ondersteuning. “De zorgvragers zullen andere verwachtingen hebben”, aldus Degadt. “Het gaat hier om kritische consumenten met een gemiddeld hoger opleidingsniveau die kwaliteitsvol ouder willen worden.” Anderzijds ziet Degadt nood aan specialisatie in de acute geneeskunde met daaraan gekoppeld een uitgebreide thuiszorg. “De sector moet diversifiëren in zijn aanbod om aan verschillende noden tegemoet te komen. Zo kunnen ouderen zo lang mogelijk thuis verblijven.”

Voor een dergelijk zorgmodel moeten we ook anders gaan bouwen. Geen grote onpersoonlijke zit- en eetruimtes of lange eentonige gangen, wel gezellige, persoonlijke leefruimtes met een focus op leven en licht. Degadt: “We moeten streven naar een open woonzorgcampus voor een ruime doelgroep – woonzorgcentrum, dagverzorging, assistentiewoningen, … - geïntegreerd in de omgeving.”

Betrek de eindgebruiker
Prof. dr. Chantal Van Audenhove van de KU Leuven stak van wal met de stelling dat we op zoek moeten naar sterke alternatieven in een vergrijzend Vlaanderen. Ouderen willen zolang mogelijk thuis wonen. “Er zal minder nood zijn aan woonzorgcentra want een toenemend aantal ouderen zal willen verblijven in al dan niet aangepaste woningen.” Een nieuw zorgmodel dus, waarbij levenskwaliteit, participatie en inclusie centraal staan. “Ruimtelijke aspecten spelen daarbij een sleutelrol.” Volgens Van Audenhove moet het toekomstig zorgvastgoed verwelkomend zijn, toegankelijk, divers en niet-stigmatiserend. De sector moet opteren voor een inclusief design voor zoveel mogelijk mensen, en niet voor enkele groepen. Daarvoor is participatie van de (eind)gebruiker een must. Hij of zij kan meedenken, adviseren en mee beslissen. Hét verbeterpunt volgens Van Audenhove: “Geef de visie van de eindgebruiker een centrale plaats bij de ontwikkeling van nieuwe projecten.”

“Zorgvastgoed versus vastgoed met zorg.” Met deze stelling startte Ellen Mast, directrice Vastgoedontwikkeling bij Zorgbedrijf Antwerpen, haar betoog. Ook zij stipte aan dat de overgrote meerderheid zo lang mogelijk thuis wil blijven wonen en toonde meteen aan hoe Zorgbedrijf Antwerpen daarmee omgaat. Het mag dan een grootschalige organisatie zijn, ze zet volop in op kleinschalige beleving. “Bij ieder zorgproject streven we naar ‘normale flats’ met een normale ligging. Indien mogelijk trekken we eerst een test- of modelflat op om input van potentiële klanten te vergaren alvorens het project verder uit te rollen.” Vastgoed met zorg is een kwestie van evenwicht. “Hou daarom rekening met verschillende factoren: veiligheid, thuisgevoel, keuzevrijheid en nog zoveel meer,” besloot Mast.

Investeer in zorgvastgoed
Cédric Van Meerbeeck , Head of Research Belgium & Luxemburg bij Cushman & Wakefield, zette bovenstaande stellingen kracht bij met het nodige statistisch materiaal. Dat bevestigde onder meer dat de levensverwachting fors zal toenemen en hoger is in Vlaanderen dan in Brussel en Wallonië. Tegen 2060 worden mannen in Vlaanderen gemiddeld 87.3 jaar oud, bij vrouwen is dat 89.5. Ook gaf Van Meerbeeck te kennen dat op nationaal vlak de verdeling van het zorgvastgoed tussen de verschillende sectoren – privaat, publiek, non-profit- gelijkmatig verdeeld is, maar op regionaal vlak zijn er toch verschillen merkbaar. Tot slot haalde Van Meerbeeck de trends aan binnen de beleggingsmarkt, waardoor hij het pad effende voor de volgende spreker.

Benoît Verwilghen, vice CEO en CFO bij verzekeringsgroep ethias, legde het aanwezige publiek tijdens zijn lezing uit waarom en hoe de verzekeringsmaatschappij investeert in zorgvastgoed. Daarbij zijn enkele criteria van tel voor een verzekeraar, aldus Verwilghen. “Op financieel vlak kijken we uiteraard naar het rendement. Maar daarnaast moet het gebouw kwalitatief zijn, met aandacht voor milieueffecten en herbestemmingsmogelijkheden. Ook moeten we voeling hebben met de filosofie van de uitbater, hebben we graag dat de dienstverlening maatschappelijk verantwoord is en de nieuwe noden van de vergrijzende bevolking lenigt.”

Schaalvergroting?
Dominiek Beelen, CFO bij Senior Living Groep (SLG), trad als laatste aan en legde de voor- en nadelen van schaalvergroting in de balans. Daarbij mag je volgens Beelen niet enkel focussen op het element vastgoed, maar moet je ook de verwachtingen van de resident zelf in ogenschouw nemen. Hij ziet de toekomst van de zorgsector als volgt. “Binnenstedelijk zouden we bij SLG opteren voor een assistentiewoningcomplex van minimaal 60 à 65 eenheden. Buitenstedelijk moet je dan gaan voor een woonzorgcampus met een gevarieerd aanbod en een open cultuur. Kortweg: grootschaligheid met een kleinschalige benadering. Beide systemen vul je waar nodig aan met een thuiszorgaanbod.”

Aansluitend modereerde Stefaan Gielens een slotdebat met de verschillende sprekers van die dag waarbij de verschillende stellingen die aan bod kwamen tijdens de verschillende lezingen, tegen het licht gehouden werden. Een boeiende résume van het congres, waarover druk nagekaart werd tijdens de afsluitende netwerkdrink.